Zenuwcompressie syndromen

Een zenuw is belangrijk in het sturen van signalen van de huid naar de hersenen en signalen van de hersenen naar spieren. Op deze manier zijn zenuwen verantwoordelijk voor het doorgeven van gevoel en  het aansturen van spieren. De meeste zenuwen lopen door tunnels of onder/achter stevige banden om ze te beschermen. Het nadeel hiervan is, is dat een tunnel soms te klein kan worden waardoor een zenuw in de verdrukking komt. We spreken dan van een zenuwcompressie.

Dit kan verschillende oorzaken hebben:

  • Zwelling van omliggende structuren (pees, spier, bindweefsel)
  • Overbelasting of herhaalde bewegingen wat kan leiden tot vocht in de tunnel of zwelling van pezen en spieren.
  • Een litteken of verwonding
  • Langdurige druk van buitenaf (bijv. bij zitten, slapen of sport) of een specifieke houding (zoals gebogen polsen en ellebogen tijdens het slapen)

Er zijn grofweg 3 soorten zenuwen:

  • Motorische zenuwen = zenuwen die alleen maar spieren aansturen
  • Gevoelszenuwen = zenuwen die alleen maar verantwoordelijk zijn voor het gevoel
  • Gemengde zenuwen = zenuwen die zowel spieren aansturen en verantwoordelijk zijn voor het gevoel

Als een zenuw bekneld raakt, kan deze geïrriteerd raken waardoor er klachten ontstaan. Deze klachten zijn afhankelijk van de functie van zenuwen.

Gevoelszenuwen of gemengde zenuwen:

  • Tintelingen
  • Doof gevoel
  • Brandende pijn of het gevoel van elektrische schokken

Motorische zenuwen of gemengde zenuwen

  • Verminderde beweging
  • Krachtverlies

Meest voorkomende zenuwen die bekneld kunnen raken en de bijbehorende klachten.

  • Tintelingen, pijn of doof gevoel in duim, wijsvinger, middenvinger
  • Klachten verergeren ’s nachts of bij fietsen, bellen, autorijden
  • Soms krachtverlies in de hand (moeite met knijpen)
  • Bij langdurige klachten: dunner worden van de duimmuis
  • De klachten van syndroom van Guyon en cubitaal tunnel syndroom zijn erg vergelijkbaar. Het grote verschil is dat het gevoel aan de rugzijde/pinkzijde van de hand (niet van de pink zelf) nog normaal is bij het syndroom van Guyon. Bij het cubitaal tunnel syndroom is dit wel verminderd.

  • Diepe pijn in de bil
  • Uitstraling naar de achterkant van het bovenbeen
  • Pijn erger bij lang lopen, traplopen of uitrekken van het been naar achter
  • Soms gevoelsstoornis of tintelingen in het onderbeen
  • Doof gevoel of tintelingen aan de buitenzijde van het onderbeen en de rugzijde van de voet
  • Zwakte van de voet (moeite met optillen: “klapvoet”)
  • Soms struikelen over de tenen
  • Pijn bij traplopen, lang lopen of hurken
  • Een zwaar, vermoeid gevoel in de knie
  • Zwelling door synovitis (ontsteking van de binnenbekleding van het gewricht)
  • Soms een knappend geluid of het gevoel dat de knie “blokkeert”
  • Instabiliteit of door de knie zakken
  • Brandende of stekende pijn tussen de tenen
  • Tintelingen of doof gevoel in de tenen
  • Gevoel alsof er een steentje in de schoen zit
  • Klachten verergeren bij lopen of staan en verminderen bij schoenen uittrekken
  • Soms klikgevoel bij drukken tussen de middenvoetsbeentjes
  • Moeite met knijpen of grijpen
  • Pijn in de elleboogplooi of net iets verder richting de pols
  • Minder kracht in met name de duim en wijsvinger
  • Tintelingen, pijn of een doof gevoel in de pink en helft van de ringvinger
  • Klachten nemen toe bij buigen van de elleboog, zoals bij slapen, bellen of autorijden
  • Zwakte in de hand bij het knijpen, typen of grijpen
  • Bij langdurige klachten: dunner worden van de handspieren aan de pinkzijde en de spier tussen duim en wijsvinger, maar er kan ook een klauwhand ontstaan.
  • Pijn aan de buitenkant van de elleboog (lijkt op tenniselleboog)
  • Zwakte bij strekken van de vingers of pols
  • Geen tintelingen (anders dan bij andere zenuwbeknellingen)
  • Tintelingen, branderigheid of doof gevoel aan de buitenkant van het bovenbeen
  • Vaak erger bij staan of lopen en bij dragen van strakke riemen
  • Geen spierzwakte en klachten gaan niet verder dan de knie