Verhogen corticosteroïdinjecties de kans op een prothese?

Corticosteroïdinjecties bij knieartrose: verhogen ze het risico op een knieprothese?

Wat is er onderzocht?

Corticosteroïden (ook wel ‘cortisoninjecties’ of ‘ontstekingsremmers’ genoemd) worden al jaren ingezet bij kniepijn door artrose. Ze kunnen op korte termijn pijn verlichten, maar over de veiligheid op langere termijn bestond al langer twijfel. Onderzoekers van het Radboudumc (Wijn et al., 2020) volgden bijna 4.800 patiënten met knieproblemen gedurende negen jaar en keken of injecties het risico op een knieprothese beïnvloedden.

Wat waren de resultaten?

Van de patiënten die injecties kregen, had ruim 31% na negen jaar een knieprothese nodig. Bij mensen zonder injecties was dat slechts 5%. Na correctie voor andere factoren bleef het verband duidelijk aanwezig:

  • Per injectie steeg het absolute risico op een prothese na negen jaar met 9,4%
  • Dit gold zowel voor mensen mét artrose als voor mensen met een verhoogd risico

Hoe is dat te verklaren?

Corticosteroïden kunnen schadelijk zijn voor het kraakbeen. Daarnaast kan de pijnstillende werking leiden tot overbelasting van de knie. Een derde verklaring is dat mensen die injecties krijgen al zieker zijn en daardoor sowieso meer kans hebben op een prothese. Het is waarschijnlijk een combinatie van deze factoren.

Wat betekent dit voor u als patient?

Corticosteroïdinjecties kunnen zinvol zijn voor kortdurende pijnverlichting, maar lijken geen goede oplossing voor de lange termijn. PRP injecties kunnen een alternatief zijn: eerder onderzoek laat zien dat PRP met een hoge concentratie bloedplaatjes merkbare verbetering geeft bij knieartrose, zonder de nadelen van corticosteroïden voor het kraakbeen. Bespreek altijd de voor- en nadelen met uw arts.

Bron: 

Bron origineel artikel