Kniepijn van binnenuit: wat er echt gebeurt in je gewricht
Artrose is niet alleen slijtage
De meeste mensen denken dat artrose ontstaat doordat het gewricht langzaam “opgebruikt” raakt en het kraakbeen verloren gaat. Maar inmiddels is bekend dat het een ontstekingsziekte is waarbij het hele gewricht betrokken is en waarbij een dunne laag weefsel aan de binnenkant van het gewricht een sleutelrol speelt. Dat vliesje heet het synovium.
Het synovium bekleedt de binnenkant van je kniegewricht en maakt gewrichtsvloeistof aan. Die vloeistof smeert het gewricht en levert voeding aan het kraakbeen, dat amper eigen bloedvaten heeft. Daarnaast bevat het synovium afweercellen die het gewricht bewaken. Zolang alles goed gaat, zorgen die voor rust. Bij artrose kan het synovium echter ontstoken raken.
Hoe raakt het synovium ontstoken?
Er zijn twee hoofdroutes. Via de stofwisseling: bij overgewicht of hoge cholesterol sluimert er in het hele lichaam een lichte ontsteking, ook in de knie. Via belasting: te zware druk op het gewricht beschadigt kraakbeen, dat afbraakproducten vrijgeeft. Het synovium ziet dit als alarmsignalen en activeert zijn afweercellen. In beide gevallen is het resultaat hetzelfde: het synovium zwelt op en beschadigt het gewricht van binnenuit.
Niet iedereen heeft dezelfde artrose
Dit is een van de belangrijkste nieuwe inzichten. Op celniveau ziet artrose er bij iedereen anders uit. Er zijn vier typen. Bij het ontstekings type is het synovium actief ontstoken met veel afweercellen en ontstekingsstoffen. Bij het structurele type staat de afbraak van kraakbeen en bot centraal, dit is het meest voorkomende type. Bij het fibrotische type schiet het herstel door en ontstaat er te veel littekenweefsel, waardoor het gewricht stijf wordt maar vaak minder pijnlijk is. Bij het metabole type worden de ontstekingen gedreven door stofwisselingsproblemen zoals overgewicht.
Waarom heb je soms veel pijn maar weinig schade, of andersom?
De ernst van pijn en de ernst van schade lopen niet parallel, iets wat veel patiënten herkennen. De verklaring ligt deels in het synovium. Een actief ontstoken, bloedvatrijk synovium kan veel pijn geven, zelfs als de röntgenfoto er nog redelijk uitziet. Omgekeerd kan bij het fibrotische type het littekenweefsel de bloedvaten hebben verdrongen, waardoor iemand weinig pijn ervaart ondanks ernstige afwijkingen.
Uit onderzoek blijkt dat meer dan de helft van de patiënten na twee jaar nog hetzelfde biologische type heeft. De toekomst van artrosebehandeling ligt in het herkennen van dit profiel, zodat zorg beter op de persoon kan worden afgestemd, in plaats van iedereen dezelfde behandeling te geven
Bron: